-
tocht met eigen rugzak van berghut naar berghut
-
de ongerepte, ruwe Pyreneeën met talrijke paradijselijk gelegen meertjes
-
beklimming van de 'Petit Vignemale' (3.032 m), een zijtop van de hoogste Franse Pyreneeëntop
-
een week weg uit de wereld
-
zeer charmante berghutten
-
een 'Explorado' klassieker
Zeven dagen zijn we weg uit de wereld. Zeven dagen trekken vanuit groene, romantische valleitjes naar hoog gelegen meren, vaak bedekt met ijs, waar stilte en schoonheid troef zijn.
Hoge, soms nog besneeuwde cols, liggen uitnodigend te lonken om ons te laten genieten van verre uitzichten. Ruwe brokken natuur, zoals de meren van Arrémoulit, die aanleunen bij de indrukwekkende wand van de Pic d'Arriel, (2.900 m) wisselen af met de haast aangelegde tuintjes in de vallei van de Larribet. Een gems schiet schichtig weg, een gier cirkelt rond. Voor de 1.200 m lange klim naar de Col de Cambalès moeten we vroeg uit de veren en ook eventjes op onze tanden bijten. Maar het uitzicht is er adembenemend: onder ons liggen trapsgewijs kristalheldere meren die in de vroege zomer nog bedekt zijn met ijs. Warmtenevels omfloersen verder gelegen ketens terwijl de Pic du Midi d'Ossau imposant naast ons oprijst. De vele bergbeekjes, die van de flanken naar beneden stromen, vormen de onstuimige Marcadau. Vanuit de vallei trekken we verder naar één van de mooist gelegen berghutten in de Franse Pyreneeën. We genieten er van de zonsondergang aan de voet van Frankrijks hoogste Pyreneeëntop: de Vignemale (3.298 m). Langzaam krijgt de nacht de berg in zijn greep en verscherpt het maanlicht de contouren van zijn flanken. Morgen beklimmen we een van zijn zijtoppen: de 'Petit Vignemale' (3.032 m). Van hieruit hebben we een fantastisch uitzicht op de gletsjer onder ons, het massief van de Monte Perdido en Gavarnie en ver naar het noorden... de vlaktes van de Landes. Hier merk je dat de wereld rond is.